Zweepslag

03 september 2015

Een zweepslag is een spierletsel. Dit letsel kan variëren van een verrekking tot een gehele of gedeeltelijke scheur.

De medische term voor zweepslag is coup de fouet. In de meeste gevallen vindt een zweepslag plaats in de kuitspier. Per jaar krijgt ongeveer 0,5% van de Nederlanders een zweepslag, met name mensen tussen de 25 en de 65 jaar. Bij mannen komt een zweepslag ongeveer anderhalf keer vaker voor dan bij vrouwen.

Hoe herkent u het?
Een zweepslag verloopt heel kenmerkend. Tijdens het bewegen, en soms ook in rust, heeft u ineens het gevoel dat er iets hards tegen uw kuit aankomt. Een bal bijvoorbeeld of, zoals de naam al aangeeft, een zweepslag. Soms gaat dit gevoel gepaard met een hoorbaar knapje. U voelt hevige, scherpe pijn en kunt niet meer op het been staan. Het komt regelmatig voor dat mensen flauwvallen van de pijn. Na een paar uur is het soms mogelijk om een eindje te strompelen. Dat lukt alleen wanneer u de voet sterk gebogen of uw been naar buiten gedraaid houdt en op uw tenen loopt. Op de plek van het letsel ontstaat een zwelling en na enige dagen vaak ook een blauwe plek door een bloeduitstorting. Door het uitzakken van bloed naar beneden kan deze overigens wat lager zitten dan de plek waar u de pijn voelt.

Hoe ontstaat het?
Het is niet bekend hoe en waarom een zweepslag ontstaat. Het is wel gebleken dat het meer voorkomt bij sporten waar u wel eens met een gestrekt been op uw tenen staat en felle bewegingen maakt.
Tennis (serveren) en volleybal (smashen) zijn bekende voorbeelden. Niet of slecht opwarmen voor het sporten verhoogt eveneens de kans op een zweepslag. In koud en vochtig weer is het risico hoger dan in warm en droog weer.

Wanneer naar de huisarts?
Veruit de meeste mensen met een zweepslag bezoeken vanwege de pijn en de onmogelijkheid te lopen de huisarts. De huisarts gaat na of de spier alleen verrekt of gedeeltelijk of geheel gescheurd is. Bij een gehele scheuring wordt u doorverwezen naar het ziekenhuis voor verdere behandeling.

Wat kunt u er zelf aan doen?
Om uw lichaam de kans te geven de schade zo goed mogelijk te herstellen, zijn er een aantal dingen die u zelf kunt doen:
Rust De eerste paar dagen kunt u het been het beste zoveel mogelijk rust geven. Dit zal u geen enkele moeite kosten, want bewegingen zijn nog erg pijnlijk. 

Licht drukverband 
In de meeste gevallen legt de huisarts een licht drukverband aan. 
Het is voor uzelf het prettigst als u dit steeds na het koelen weer bij uzelf aanlegt. Het verband hoort te beginnen bij uw tenen en te stoppen bij uw knie. Een goed aangelegd drukverband kan 
rustig een paar dagen blijven zitten. U kunt dan over het verband heen koelen met ijs. U moet er wel voor zorgen dat het verband niet nat wordt. 

Been omhoog
Houd de eerste week het been zoveel mogelijk hoog. Als u zelf bijvoorbeeld op de bank of een stoel gaat zitten, kunt u uw been op een krukje of bijzettafeltje met een kussentje leggen. Als u in bed ligt, hoeft u uw been niet omhoog te leggen. 
Voorzichtig oefenen

Na ongeveer een week kunt u al wat gaan oefenen. Het is belangrijk dat u dat doet op geleide van de pijn, dat wil zeggen dat u alleen oefeningen doet waarbij u geen pijn heeft. Te snel belasten leidt vaak tot een nieuwe zweepslag. 

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen
Er zijn een aantal maatregelen die u kunt nemen om de kans op een zweepslag te verkleinen: Goed opwarmen voor het sporten
Wat u ook gaat doen, opwarmen en de spieren rekken is altijd belangrijk. Zelfs voor bijvoorbeeld een korte boswandeling. 

Goed kleden
Bij koud en vochtig weer is de kans op een zweepslag groter. In deze weersomstandigheden kunt u het beste een lange (trainings)broek aantrekken als u buiten gaat wandelen of sporten. 

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?
Een zweepslag is niet gevaarlijk. De schade die aan de spier is aangericht, is in de regel binnen drie weken weer hersteld, mits u er op een goede manier mee omgaat. Met goede oefeningen kunt u na een week alweer voorzichtig beginnen met lopen en na 4 tot 6 weken met sporten.