Core Training

03 september 2015

Met Core wordt de kern van het lichaam bedoeld, oftewel het lichaamszwaartepunt in de romp. Core Training richt zich op het verbeteren van de actieve stabiliteit door middel van verbetering van de spierfunctie en hiermee de actieve stabiliteit met het lichaamszwaartepunt als centraal uitgangspunt, vanuit de gedacht dat hier de basis ligt voor stabiliteit en dus voor gezond bewegen.

Stabiliteit
Als er gesproken wordt over stabiliteit wordt veelal het onderscheidt gemaakt tussen “actieve stabiliteit” en “passieve stabiliteit”. Actieve stabiliteit wordt geleverd door de spieren en is de beste manier om de belasting die op het lichaam staat op te vangen en te controleren. Passieve stabiliteit wordt geleverd door de gewrichten en het kapsel- en bandapparaat, deze wijze van stabiliseren is minder gunstig aangezien deze zogenaamde “niet-te-trainen-delen” makkelijk overbelast kunnen raken.

Als de actieve stabiliteit dus onvoldoende ontwikkeld is en hiermee de stabiliteit dus onvoldoende is kunnen er lichamelijke klachten ontstaan. Deze klachten zijn het gevolg van compensatie voor het gebrek aan actieve stabiliteit door gebruik te gaan maken van passieve stabiliteit door het “hangen” in gewrichten, wat op den duur een overbelasting van het kapsel- en bandapparaat oplevert.

Actieve stabiliteit
Core Training richt zich op het verbeteren van de actieve stabiliteit.
Met Core Training wordt er niet alleen getraind met specifieke buikspieroefeningen en rugoefeningen, maar wordt de lichaamshouding meer in zijn geheel benaderd. In het dagelijks leven functioneren spieren en spiergroepen ook in samenwerking en dat is ook het uitgangspunt van Core Training. Door middel van het oefenen van verschillende uitgangshoudingen en/of bewegingen, waarbij een voortdurende actieve stabilisatie wordt nagestreeft worden verschillende spieren en spiergroepen geactiveerd.

Bij elke oefening is de uitgangshouding, uitvoering en de controle / balans heel erg belangrijk. Als de uitvoering onvoldoende is (en er dus sprake zal zijn van compensatie oftwel passieve stabilisatie), wordt er niet specifiek getraind wat getraind moet worden.
Zolang de oefeningen goed uitgevoerd worden en er volledige actieve controle is wordt met deze training de ‘zwakste schakel’ binnen het beweegpatroon getraind. Deze ‘zwakke schakel’ is voor iedereen anders en zal als eerste vermoeid raken en dus ook als eerst gevoeld worden. Als deze “zwakste schakel” vermoeid raakt zal er wederom de neiging tot compensatie ontstaan.

Uitvoering Core Training
Core Training kan toegepast worden in oneindig veel variaties. Opbouw in de oefeningen is erg belangrijk omdat de actieve stabiliteit te allen tijde moet worden gewaarborgd. Een te hoge intensiteit / moeilijkheid zal alleen maar resulteren in het passief stabiliseren. Dit zal dan niet resulteren in het verbeteren van de actieve stabiliteit, maar eerder klachten provoceren door belasting van de “niet-te-trainen-delen”.

Er wordt altijd gekozen voor een logische opbouw in oefeningen:
• Lichaamszwaartepunt (Core) > extremiteiten (benen en armen)
• Statisch > dynamisch
• Symmetrisch > asymmetrisch
• rechtlijnig > rotatoir > 3-dimensionaal (functioneel: bijv. sportspecifiek)
• Enkelvoudige oefeningen > meervoudige oefeningen
• Makkelijk > moeilijk (gebruik van hulpmiddelen: Core-Board / BOSU-bal / Theraband)
• Licht > zwaar (gebruik van weerstand: Dumbell / Pully / Bal)
• Uitvoering Core Training

Core Training kan toegepast worden in oneindig veel variaties. Opbouw in de oefeningen is erg belangrijk omdat de actieve stabiliteit te allen tijde moet worden gewaarborgd. Een te hoge intensiteit / moeilijkheid zal alleen maar resulteren in het passief stabiliseren. 
Dit zal dan niet resulteren in het verbeteren van de actieve stabiliteit, maar eerder klachten provoceren door belasting van de “niet-te-trainen-delen”.

Er wordt altijd gekozen voor een logische opbouw in oefeningen:
• Lichaamszwaartepunt (Core) > extremiteiten (benen en armen)
• Statisch > dynamisch
• Symmetrisch > asymmetrisch
• rechtlijnig > rotatoir > 3-dimensionaal (functioneel: bijv. sportspecifiek)
• Enkelvoudige oefeningen > meervoudige oefeningen
• Makkelijk > moeilijk (gebruik van hulpmiddelen: Core-Board / BOSU-bal / Theraband)
• Licht > zwaar (gebruik van weerstand: Dumbell / Pully / Bal)
• langzaam > snel langzaam > snel